Nieuwe Haarlemmer

Joost de Haene

 

Is de wever op het schilderij misschien Joost de Haene (1568-1639)? Joost vlucht uit Vlaanderen, waar hij als doopsgezinde niet langer veilig is. In Haarlem kan hij aan de slag als wever en strijkt hij neer in een huisje in de Korte Zijlstraat. Weven is thuiswerk met het hele gezin. Joost weeft, zijn vrouw spint, zijn stiefkinderen – uit een eerder huwelijk van zijn vrouw – zetten de garens op de spoelen. Ook al werkt het hele gezin mee, het blijft sappelen. Joost verdient, net als alle wevers, zo’n vier gulden per week, omgerekend 100 euro nu. Als hij ziek wordt, is hij ‘de klos’.

Vrouwen zijn nóg afhankelijker; zij mogen geen eigen bedrijf hebben. Trouwen met een man die werk heeft – al zijn z’n inkomsten nog zo karig – geeft in ieder geval iets van een basis.

Haarlem is wereldberoemd om haar linnen! In bijna alle Europese vorstenhuizen siert het de tafels. Dat het damast zó wit, zó fijngeweven en zulke bijzondere patronen heeft, is te danken aan de vluchtelingen uit Kortrijk. Met hun vernieuwende technieken weten de Vlamingen, met Passchier Lammertijn als een van de grootmeesters, het Haarlemse damast tot de absolute top te weven. Niet voor niets herinneren nog vele straatnamen aan de tijd dat Haarlem dé linnenstad was. Van de Damaststraat tot de Weversstraat, Voldersgracht, Drapenierstraat, Lange Lakenstraat of Wolstraat.

Lees meer

Share This